uithangbord van Museum de Vergulde Swaen te ZwijndrechtDe Vergulde Swaen

museum - het pand

Museum De Vergulde Swaen.

De Vergulde Swaen" is één van de oudste panden in Zwijndrecht. In 1764 wordt het huis in een verkoopakte omschreven als "een geheel huijs, schuur, stalling en bergh met de annexe, boomgaard en erf, waaruit gehangen heeft "de Vergulde Swaan", staande en gelegen aan de Langewegstraat, digt bij Swindregt, belend aan ene zijde door het padt van het Slagtvelt". Het vermoeden dat hier sprake is van een herberg wordt door latere akten bevestigd. 
Dit deel van Zwijndrecht heet in die jaren "Schildemanskinderen Ambagt" en valt onder de jurisdictie van H.I. Ambacht. De herberg ligt op een gunstig punt, vlakbij het tolhek, op de route naar het veer met Dordrecht.

Maria Luijters, weduwe van Willem Vlasblom, schepen van H.I. Ambacht, koopt het huis van haar broer Pieter. Zij overlijdt omstreeks 1769 en laat het huis en de herberg na aan haar zoon Antonius Vlasblom, eveneens schepen van H.I. Ambacht. Hij verandert de naam van de herberg in "de Swaan". Er worden regelmatig, ten overstaan van schout & schepenen, boeldagen en verkoopdagen van paarden en beesten gehouden.
In 1788 overlijdt deze weduwnaar en zijn nog minderjarige dochter Maaijke erft aanzienlijke bezittingen waaronder "de Swaan".

 



Door de gedetailleerde beschrijving van de inventaris komen we veel te weten over het huis en de herberg. Het huis bestaat uit een voorhuis, een kamer, keuken, gang, kamertje, opkamertje, boenhuis, zolder en een enorme schuur. Hoewel zich in het hele huis veel serviesgoed en glaswerk bevindt, is de herberg waarschijnlijk in het voorhuis gevestigd. Daar bevinden zich onder meer een toonbank, drie koperen koffiekannen, een trekpot, een theeblaadje, kop- en schotels, delftse schotels, wijn- en bierglazen en een damspel.

In 1790 wordt "de Swaan" grondig verbouwd. In de jaarlijkse afrekening van inkomsten en uitgaven die de voogden van Maaijke Vlasblom bijhouden, is een post voor de levering van 20.000 stenen, voor tras en kalk, voor pek en voor het maken van 22 roeden rieten dak. Ook is de pomp "verboort". Het huis wordt inmiddels bewoond door haar oom en voogd Cornelis Vlasblom.
In oktober 1791 trouwt zij met de predikant J.A.F. Monhemius. Op 4 maart 1843 verkoopt ze "De Zwaan" voor 3000 gulden aan haar zoon Mari Petrus Monhemius (ze is dan al elf jaar weduwe). In de verkoopakte wordt gesproken van "de herberg en uitspanning genaamd "De Zwaan", bestaande uit een huis, schuur of wagenhuis, stalling en verdere getimmerten, met erf en tuin, staande en gelegen aan de Grote Weg nabij de eerste tol te Zwijndrecht". 
(In 1819/1820 werd door het Rijk de Rijksstraatweg van Rotterdam naar Dordrecht aangelegd. Daarin werd het eerste gedeelte van de Langeweg opgenomen, ondanks het feit dat deze al bestraat was. Toen de werkzaamheden gereed kwamen, zijn tolhuizen in gebruik genomen. Eén hiervan stond kort bij de afrit van de Ringdijk. De andere stond in Rijsoord op de hoek Rijksstraatweg-Langeweg. Tuinders van wie het land aan de weg grensde, waren na te hebben geprotesteerd aanvankelijk vrijgesteld van de tolheffing, maar later moesten zij ook weer betalen voor de doortocht. Rond 1880 werd de tolheffing opgeheven. ) 
Deze Monhemius verhuurt de herberg aan Jacobus van Wijngaarden, tapper te Zwijndrecht, voor 350 gulden per jaar.
Wanneer M.P. Monhemius overlijdt in 1845, dertig jaar oud en ongehuwd, wordt de herberg op verzoek van de hypotheekverstrekker tijdens een veiling verkocht.
De nieuwe eigenaar, Pieter Driessen, is timmerman en heeft een werkplaats op het belendende perceel. Op grond van de veilingvoorwaarden is hij verplicht het huurcontract met Jacobus van Wijngaarden over te nemen. Wanneer deze in 1849 overlijdt, verbouwt Driessen de herberg tot drie afzonderlijke woonhuizen, die hij verhuurt. De naam "De Zwaan" wordt hierna niet meer gebruikt.
Uit deze tijd dateert waarschijnlijk de betimmering van de Stijlkamer.
Aan de Slagveldkant wordt een spuithuisje voor de brandweer bijgebouwd, dat door de gemeente wordt gehuurd.

Driessen overlijdt in 1853, en de vroegere herberg, met de erachter gelegen grote schuur en het erf worden voor 2200 gulden verkocht, het spuithuis in combinatie met het ernaast gelegen woonhuis, voor 820 gulden. Beide aan de huurder van het laatstgenoemde woonhuis, Ari van Rijs. Het huisje rechts van de voormalige herberg, met de er achterliggende tuinbouwgrond (thans nummer 51), wordt gekocht door tuinder Anthoni Baan.

Wanneer Van Rijs in 1855 een stuk grond grenzend aan het Slagveld verkoopt, wordt hierop de "Franse School" gebouwd. In de periode 1856-1873 bouwt Ari van Rijs op de grond tussen de school en het inmiddels verbouwde spuithuisje twee woonhuizen, de huidige nummers 57 en 59. Na enkele jaren wordt de school opgeheven en wordt het een pakhuis, tot burgemeester De Bruïne het in 1893 koopt, die het vijf jaar later weer verkoopt aan rijtuig- en wagenmaker J.E. François. Deze bezit dan reeds het woonhuis nr. 59 naast de school sinds 1884. De volgende eigenaar, sinds 1920 Jacobus van Namen, maakt van het geheel twee garages met werkplaats tot in 1933 zijn erfgenamen het woonhuis en één der garages verkopen aan Adrianus van der Ven, die de garage laat slopen en er het "Geschenkhuis van der Ven" vestigt en nummer 59 gaat bewonen.

Bertus Kramer met vrouw en kinderen voor de fietsenmakerij aan de achterzijde van de huizen nrs. 53-55-57. Op de achtergrond de panden van François en het torentje van de Bethelkerk. In de schuur op de voorgrond hebben ds. Knoll en de dolerenden enkele jaren gekerkt voordat ze een eigen kerkgebouw kregen.


situatie in 1920, panden 59 - 55

 

De panden nr. 53 en 55 worden in 1935 verkocht aan Joh. Thibaut. Zijn broer Gerardus erft de woningen. Een gedeelte verhuurt hij aan Bertus Kramer, die in het achter gelegen schuurtje een fietsenmakerij begint (thans onderdeel van de gelagkamer). Het andere gedeelte wordt vanaf 1942 verhuurd aan tandarts J. van Gent, de eerste tandarts in Zwijndrecht. In de loop van de veertig jaar dat hij er zijn praktijk heeft, wordt hij eigenaar van beide panden. 
Sinds 2001 is de Stichting Forta eigenaar van de panden. Stichting De Vergulde Swaen huurt het ten bate van de Historische Vereniging Zwijndrecht. Dankzij deze vereniging kan het Zwijndrechtse verleden levend worden gehouden op één van de weinige historische plekken die Zwijndrecht nog heeft.