uithangbord van Museum de Vergulde Swaen te ZwijndrechtDe Vergulde Swaen

VORIGE EXPOSITIES

Geklank des Konings (04-06-2005 t/m 28-08-2005)

 

De harmonie is ontstaan uit een Gereformeerde jongelingsvereniging.
Men stak de koppen bij elkaar; er werden vergaderingen gehouden en er werden instrumenten gekocht voor wel 1500 gulden bij Kessels in Tilburg. Maar waar hadden ze dat geld vandaan gehaald? Tijdens een vergadering werd voorgesteld dat leden twee aan twee bij de burgers langs moesten gaan om geld in te zamelen en donateurs te winnen. Kregen ze geen geld dan moesten ze teksten uit de bijbel aanhalen waarin duidelijk over instrumenten gesproken wordt én er was een beschermheer, de Weledele Heer Haaring. Deze bleek nogal wat geld te hebben en hij zorgde voor extra geld.

Op 11 mei 1920 werd een reglement samengesteld en wat er o.a. in stond was dat men als lid de gereformeerde beginselen moest zijn toegedaan. Al spoedig werd daar niet meer op gelet en is deze regel zelfs uit het reglement geschrapt. Nu moest er ook nog een directeur (dirigent) gezocht worden. Die vond men in de persoon van de heer Aart van der Linden uit Rijsoord. Hij was toen ongeveer 23 jaar, geboren op15 mei 1894. Zijn salaris was 20 gulden per maand!

 



Bij de oprichting van Het Geklank bestond zo´n 70% van de leden uit tuinders, zoons of knechts. Zij werkten van ´s morgens 5 tot ´s avonds 8 uur. Anderen werkten 10 en 8 uur per dag en hadden een vrije zaterdagmiddag. Je zag meestal aan hun schoenen welk beroep ze uitoefenden. Sommigen hadden zich nog snel voor de repetitie even omgekleed, maar anderen kwamen direct uit het land op hun klompen. Maar de geestdrift was bij allen even groot.

Lang niet al het Gereformeerde volk was verrukt over de plannen om een muziekvereniging op te richten. Men vond het maar erg werelds!
Ds. Vonkenberg, zijn naam is gegeven aan een welbekend gebouw in Zwijndrecht, dacht mee over de naam. Het werd "Het Geklank des Konings", gehaald uit Numeri 23 vers 21b.
Toegevoegd werd Christelijke Harmonievereniging. De contributie werd vastgesteld op 25 cent per week.

Op 28 mei hielden ze vergadering én een eerste repetitie. Jammer genoeg waren nog niet alle instrumenten binnen.
Wel waren er 1 es klarinet, 6 besklarinetten, 2 pistons, 2 trompetten, 2 bugels, 2 althoorns, 2 tenoorhoorns, 2 tuba´s, 1 esbas, 1 kleine trom, 1 grote trom.
Het was een heel gedoe om ieder z´n instrument te geven wat hij graag wilde bespelen, maar wat de dirigent dan soms niet goed vond vanwege de stand van de tanden en dikte van de lippen. Ze werden net als een paard op de markt ´in de bek gekeken´. Iemand, fors van postuur en gebit, wilde wel op zo´n fluit spelen. Het bleek een klarinet. Maar met z´n grote handen, dikke vingers en geen goed gebit, bleek het al snel een fiasco. Hij leverde zijn klarinet weer in en ze zagen hem nooit meer terug.
Deze eerste repetitie, ze konden nauwelijks van een repetitie spreken, was nou niet erg geschikt voor de oren, want een ieder probeerde geluid uit z´n instrument te krijgen. Echter door volharding en trouwe opkomst van de 26 leden, werd in september 1920 met het eerste samenspel begonnen.

Eén lid, Bas den Hoed, was al twee jaar lid van "Kunst na Arbeid" in Dordrecht, maar niemand wist dat. Hij zou het zogenaamd eens proberen om geluid uit zijn bugel te krijgen en speelde gelijk al een melodietje.Hem werd gevraagd de mensen op weg te helpen. Sommigen viel het echt tegen en hadden niet gedacht dat het zo moeilijk was. Daardoor was het verloop in het begin groot. Mensen die het niet volhielden en mensen die weer enthousiast begonnen.
Na een tijdje konden ze voorzichtig een psalm spelen en een makkelijk marsje. Er werd veel in groepjes thuis geoefend, van alle kanten was er actie en het kon niet uitblijven of het moest wel groeien!

Op 5 februari 1921 werden we ´Koninklijk´ goedgekeurd en op 26 april 1921 werd tijdens een jaarvergadering 42 gulden opgehaald voor aanschaf van saxofoons en in juli 1921 wordt op voorstel van het bestuur besloten dat iedereen, op eigen kosten, een pet moest aanschaffen.

Op 16 januari 1922 was het eerste vaandel er. Vanaf 1922 gingen ze bijna elke jaar naar concours, behalve natuurlijk in de oorlog en in de loop van het jaar 1922 gaf men al diverse serenades en een concertje op Koninginnedag 31 augustus.
1927: Er wordt een contrabas aangeschaft en in 1933 werd er een tweede Vaandel gekocht voor wel 350 gulden en gaf men een uitvoering in Hotel Het Witte Paard aan het Veerplein met mannenkoor Crescendo.
Zo door de jaren heen vonden de geijkte optredens plaats. Hier eens een serenade, dan een concert op het Oranjeplein in de muziektent, een rondgang met Koninginnedag of een buiten concert in H.I. Ambacht, Dordrecht of Rotterdam en natuurlijk traden ze op Kerstavond op.

Men hield ook wel van een dagje uitgaan. Zo gingen ze met een bus naar Oostvoorne en Hoek van Holland.
Op 21 augustus 1937 brachten ze, getooid in hun nieuwe uniformen, een serenade bij de beschermheer de Weledele Heer Haaring.
Dan komt 1940. 6 leden worden gemobiliseerd. Er moest aanvraag gedaan worden bij het Duitse gerechtshof in Den Haag of een concert op het Oranjeplein gegeven mocht worden en dat mocht.
Op 3 mei 1941 werden er nog twee serenades gegeven, maar daarna kreeg het bestuur te horen dat buiten niet meer opgetreden mocht worden. Dat was natuurlijk een hele klap voor de vereniging. Ze traden nog wel binnen op, maar dan moesten alle ramen verduisterd worden.

Zo werd er op 25 maart 1942 nog een concert gehouden in Dordrecht m.m.v. een koor. Na de pauze begonnen ze Vaderlandse liederen te zingen(!) geheel tot ongenoegen van de beheerder, want die was ontzettend bang dat de Duitsers het zouden horen.
Uit angst werd kort daarop alle administratie verstopt en ook de instrumenten werden bij diverse mensen ondergebracht. Soms op zolders onder het stro.
Toen kreeg de secretaris eind 1942 een schrijven dat per 1 januari 1943 de repetitieruimte ontnomen werd door Duitse militairen. Toch kwamen ze nog bij elkaar op 21 januari 1943 voor een vergadering en besloten om geen kerkdiensten en geen concerten meer te geven. Men wilde zich rustig houden anders zou men door de Duitsers wel eens verplicht kunnen worden om te spelen en dat wilden ze in geen geval.
Geen instrumenten meer, geen repetitieruimte meer. Ze besloten om tot nader order uiteen te gaan.

En dan.........na de bevrijding. Wat was iedereen blij. Ze brachten dan ook een muzikale hulde op het Raadhuisplein. Iedereen liep achter de muziek aan de grond trilde van het hossen en het was een geweldig optreden.
In 1947 werd het orkest uitgenodigd om het feest van Koningin Wilhelmina mee te vieren in Den Haag, wat ze maar al te graag deden. Er gingen zelfs nog enkele muzikanten van Jong Holland!
Ze gingen weer naar concours en haalden in 1946 een 1e prijs met lof 343 punten, daarna gingen ze op één jaar na, weer elk jaar naar concours, marcheerden er vrolijk op los en gaven binnen en buitenconcerten.

 



In 1950 studeerden ze Finlandia in en soms hadden ze ook een invaldirigent. Hij heette de heer Gotschalk. Hij vertelde tussendoor wel eens moppen en daarna ging de dirigeerstok omhoog en gingen ze direct weer verder met de repetitie.

Dit was een verslag van de eerste 30 levensjaren van het Geklank.



alle exposities