uithangbord van Museum de Vergulde Swaen te ZwijndrechtDe Vergulde Swaen

Kleine Lindt

Opheffing : 1857 Heerjansdam
Toevoegingen : -
I : 24 december 1817 
"Van sijnople beladen met 3 sautoirs van zilver, geplaatst 2 en 1, en chef de letters KL." 

Oorsprong/verklaring : 
Het wapen is identiek aan dat van Groote Lindt, met als enige onderscheiding de letters KL. Het wapen is waarschijnlijk een variant op het wapen van Strijen. 
In het Manuscript Beelaerts van Blokland ontbreken de letters KL, bovendien is het veld van azuur. Waarschijnlijk wordt hiermee, net als in de Nederlandsche Stads- en dorpsbeschrijver zowel Groote als Kleine Lindt bedoeld. 
Het is dus waarschijnlijk dat de letters ter onderscheiding zijn aangebracht bij de verlening in 1817. 
De bedijking van de Zwijndrechtse waard werd in 1331 in gang gezet door Hendrik van Brederode. Hij bepaalde dat iedereen die meer dan 1/16 aandeel van de kosten van de nieuwe waard voor zijn rekening zou nemen, deze de titel Ambachtsheer van een gedeelte van de waard zou krijgen. Hierop besloot een achttal personen de bedijking te financieren. Zij kregen daarop allen 1/8 deel van de waard in leen. Deze 8 personen waren: Heer Schobbeland van Zevenbergen, die het gebied rond het huidige Zwijndrecht verkreeg; N van de Lindt, naar wie de Groote en Kleine Lindt zijn genoemd; Heer Oudeland, naar wie Heeroudelands Ambacht is genoemd; Jan van Roozendaal, die Heerjansdam verkreeg; Daniel en Arnold van Kijfhoek; Claes van Meerdervoort; Adriaan van Sandelingen, die Sandelingen Ambacht verkreeg en tenslotte Zeger van Kijfhoek, wiens zoon Hendrik Ido ambachtsheer werd.

De gemeente Kleine Lindt grensde ten westen van Groote Lindt en ten oosten van Heerjansdam. Door de Devel werd zij gescheiden van Kijfhoek.
Na invoering van de Gemeentewet werden vele kleine gemeenten gecombineerd, en ging Kleine Lindt per 13 juni 1857 op in Heerjansdam.