uithangbord van Museum de Vergulde Swaen te ZwijndrechtDe Vergulde Swaen

Heerjansdam

Opheffing : oktober 2002 Zwijndrecht
Toevoegingen : 1857 Kleine Lindt
I : 24 juli 1816 
"Van goud, beladen met een boom van sinopel, tegen welke van weerskanten is opklimmende een windhond van sabel, en chef 3 lozanjes mede van sabel." 

Oorsprong/verklaring : 
De ruiten zijn misschien ontleend aan het wapen van de familie Van der Does, heren van 1430-1505. Deze voerden 9 ruiten in hun wapen, zie ook Leimuiden. 
In het manuscript Beelaerts van Blokland wordt het volgende wapen vermeld : Gevierendeeld : I en IV in goud 3 ruiten van sabel, staande 2 en 1; II en III in keel 3 lelies van goud, geplaatst 2 en 1. De oorsprong van dit wapen is niet bekend. 
De bedijking van de Zwijndrechtse waard werd in 1331 in gang gezet door Hendrik van Brederode. Hij bepaalde dat iedereen die meer dan 1/16 aandeel van de kosten van de nieuwe waard voor zijn rekening zou nemen, deze de titel Ambachtsheer van een gedeelte van de waard zou krijgen. Hierop besloot een achttal personen de bedijking te financieren. Zij kregen daarop allen 1/8 deel van de waard in leen. Deze 8 personen waren: Heer Schobbeland van Zevenbergen, die het gebied rond het huidige Zwijndrecht verkreeg; N van de Lindt, naar wie de Groote en Kleine Lindt zijn genoemd; Heer Oudeland, naar wie Heeroudelands Ambacht is genoemd; Jan van Roozendaal, die Heerjansdam verkreeg; Daniel en Arnold van Kijfhoek; Claes van Meerdervoort; Adriaan van Sandelingen, die Sandelingen Ambacht verkreeg en tenslotte Zeger van Kijfhoek, wiens zoon Hendrik Ido ambachtsheer werd. 
De familie van Rozendaal bleef in het bezit van de heerlijkheid tot 1430, toen het door huwelijk overging naar de familie Van der Does.

De gemeente Heerjansdam ligt in het zuidoosten van de Zwijndrechtse Waard. De naam is afkomstig van de dam, die hier bij of na de bedijking van de Zwijndrechtse Waard in 1331op kosten van de heer Jan van Rozendaal gelegd is om de Waal in het zuidwesten af te sluiten. Later, toen een erfdochter van een der eerste ambachtsheren in hert huwelijk was getreden met Philips van der Does, heeft Heerjansdam ook de naam gevoerd van Philips-Ambacht van der Does.
Voor de bedijking in 1331 was Heerjansdam bekend onder de naam Heer Heynenkercke, waarschijnlijk naar heer Hendrik van Brederode, die eertijds vele bezittingen in deze streken had en van wie het tegenoverliggende dorp Heinenoord nog zijn naam heeft.

In 1632 stonden er 51 huizen, in 1748 waren dat er 75 alsmede een korenmolen, in 1848 102 en woonden er 730 inwoners in 101 gezinnen. Ook hier weer allemaal Hervormden, op tien Afgescheidenen en drie Israëlieten na. De Afgescheidenen hadden een eigen kerk.
De Hervormde kerk is waarschijnlijk door een der eerste ambachtsheren gesticht en was voor de reformatie een parochiekerk. Bij de consistoriekamer is de voormalige grafkelder der ambachtsheren. Niet ver van de kerk stond voorheen het adellijk huis van de heren van Heerjansdam.

Aardig detail is het feit dat vroeger al de kerkelijke gemeente samenviel met die van Kleine Lindt en die gecombineerd werd met de kerkelijke gemeente van Kijfhoek. ´s Morgens kerkte men te Heerjansdam, en ´s middags te Kijfhoek.