uithangbord van Museum de Vergulde Swaen te ZwijndrechtDe Vergulde Swaen

Spoor

De uitvinding van de stoommachine door James Watt in 1782 was van groot belang voor het ontstaan van de spoorwegen en de ontwikkeling van nieuwe fabricageprocessen.
De ontwikkeling van de trein werd zeer argwanend bekeken, vooral door trekschuitschippers en rijtuigvoerders. Toch was de opmars niet meer te stuiten. De Industriële Revolutie was eveneens een feit. De industrie maakte snel opgang. Daardoor ontstond een grote behoefte aan vervoersmogelijkheden. Er werden dan ook overal spoorwegen aangelegd, mede dankzij forse investeringen van koning Willem I. In 1840 werd de spoorlijn Amsterdam-Haarlem als eerste in ons land in gebruik genomen. Daar reed de in Engeland gefabriceerde eerste locomotief van ons land, De Arend. Kort daarop volgden De Hoop en De Leeuw.

Ten behoeve van een Noord-Zuidverbinding werd eerst gedacht aan een lijn via de Krimpener- en Alblasserwaard. De toenmalige gemeenten Groote Lindt en Zwijndrecht protesteerden echter onder leiding van burgemeester Stoop bij de autoriteiten in Den Haag. De argumenten waren onder meer dat IJsselmonde zevenduizend inwoners meer had dan de Alblasserwaard en dat de handel en industrie in Zwijndrecht begon te groeien. Bovendien breidde Rotterdam zich ook steeds uit in de richting van het eiland IJsselmonde. De protesten werden gehonoreerd. De verantwoordelijke minister van Binnenlandse Zaken besloot de lijn tussen Rotterdam en Dordrecht te laten lopen via IJsselmonde. In 1866 begon de aanleg van het traject en in 1872 reed de eerste stoomtrein over dit spoor.

Aan de Oude Stationsweg, ten noorden van de Bootjessteeg in Heer Oudelands Ambacht was een station gebouwd, "De Pieterman". Deze plaats was gekozen omdat het dan centraal gelegen was op Oost-IJsselmonde. Maar zelfs voor de omringende gemeenten als Hendrik-Ido-Ambacht en Heerjansdam was deze plek moeilijk bereikbaar. In 1895 werd dan ook een nieuws stationsgebouw in gebruik genomen op de hoek Ringdijk/Burgemeester de Bruïnelaan, een hoog gebouw naast de spoordijk. Men moest via trappen naar het perron en via een spoorbrug naar het wachtlokaal. Aan de andere zijde van de spoordijk kwam een klein rangeerterrein te liggen, van waaruit rails naar het zich sterk ontwikkelende industriegebied van Zwijndrecht liep en waarvan de bedrijven tot op heden gebruik maken. Op het raccordement werden ook tuinbouwproducten verladen en mede daarom werd in 1926 het nieuwe veilingcomplex zo dicht mogelijk bij dit raccordement gebouwd.

In de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog groeide het aantal inwoners van Zwijndrecht gestaag. Dit vond vooral zijn neerslag in de nieuwbouwwijken Noord en Kort Ambacht. Meer en meer ontstond behoefte aan een station dat centraler gelegen was dan het huidige. Vooral ook omdat het aantal reizigers per dag toenam. In 1964 waren dat er zo´n tweeduizend. Op 26 november 1965 kwam het nieuwe station gereed, waar ook de bussen van het streekvervoer hun haltes kregen. Het oude station werd in 1966 gesloopt. Station "De Pieterman" werd pas in 1976 gesloopt.