uithangbord van Museum de Vergulde Swaen te ZwijndrechtDe Vergulde Swaen

watertoren

Waar tegenwoordig krachtige pompen het water door de leidingen pompen, zorgden vroeger de watertorens voor de nodige druk. In 1897 werd de 41 meter hoge Zwijndrechtse toren in opdracht van de gemeente ontworpen door architect F.A. de Jongh en opgetrokken in baksteen en met een ijzeren reservoir van 220 m3. 

De toren is een eclectisch product, wat inhoudt dat het een combinatie is van een doelmatige architectuur en een architectuur die de functie van bouwwerken versluierde met versieringen en toevoegingen.

De voet geeft door het sierpleister de indruk van grote blokken natuursteen. Langs de schacht lopen schijnkolommen. In de vier windrichtingen  zijn plaquettes met wapenschilden en zinnebeeldige voorstellingen aangebracht. De zuidelijke voorstelling "der voorzichtigheid en der matigheid" is gericht op Dordrecht. Zou hierin de invloed van burgemeester de Bruïne zijn te bespeuren, die zich niet alleen met de bouw heeft bemoeid, maar ook een gedurige (en triomferende) strijd met Dordrecht voerde tegen de annexatie van Zwijndrecht?

Tijdens de renovatie in 1964 verloor de toren haar markante kap omdat het op steunbalken rustende overstek slecht was geworden. Daarmee verdween de door de architect beoogde samenhang die een eenheid wilde creëren tussen de schacht en het reservoirgedeelte en aldus de ommanteling bij het gehele decoratieschema betrok. Zijn ontwerp voor deze watertoren wordt beschouwd als zijn meest geslaagde.

Oorspronkelijk was de toren centraal gelegen in een aantal bezinkbakken, die dienden om het  uil van het maaswater te laten bezinken en te filteren.Via een buis werd het rivierwater bij vloed ingelaten, in de bakken gefilterd en via de reinwaterkelder naar het reservoir gepompt. Toen in 1956 werd overgegaan op de inname van grondwater, raakten de bakken in onbruik en werden gevuld met zand.

In 1997 is de watertoren grondig gerestaureerd.