uithangbord van Museum de Vergulde Swaen te ZwijndrechtDe Vergulde Swaen

Burgemeester Jansen Manenschijn (1922-1942/1945-1946)

 

Na het overlijden van burgemeester Doorn werd het burgemeestersambt waargenomen door loco-burgemeester Jac. Bezemer. Op 22 april 1922 werd de op 11 februari benoemde Jan Albert Jacob Jansen Manenschijn tijdens een openbare raadsvergadering geïnstalleerd. Geboren op 4 juni 1880 te Deventer was hij tot zijn benoeming in Zwijndrecht wethouder van Financiën en Bedrijven te Dordrecht.
Was de ambtsperiode van zijn voorganger moeilijk geweest, de bewogen ambtsperiode die Jansen Manenschijn mee ging maken had nog geen enkele Zwijndrechtse burgemeester gehad: algemene werkloosheid, wereldoorlog nummer twee, duitse bezetting, afgezet als burgemeester, gearresteerd door de Sicherheitspolizei en weggevoerd naar Sint-Michielsgestel....
Burgemeester Jansen Manenschijn was een voortvarend iemand. De raadsvergaderingen kregen een vlotter verloop. Hij, reservekapitein van de Nederlandse landmacht, was in houding, persoon en omgang een direct persoon. Vaak zag men hem in marstempo door de gemeente lopen, en leerde hij de gemeente kennen. 
De plaatselijke werkloosheid nam inmiddels snel toe, hoewel door de vestiging van de oliefabriek "Schiedam" in 1930 aan de Ringdijk weer werkverruiming betekende, zoals ook de uitbreiding van de Koninklijke Rijstpelmolen ("dankzij" gedeeltelijke verbranding van het bedrijf in Rotterdam).
In die tijd nam het verkeer vanaf Rotterdam via de Rotterdamseweg naar Dordrecht via de veerponten enorm toe. In 1929 werden 230.000 auto´s overgezet. Dit leidde vaak tot opstoppingen. Plannen werden ontwikkeld voor een vaste oeververbinding met Dordt. Hoewel in 1929 een beslissing daaromtrent verwacht werd, zou het nog tien jaar duren voordat de brug een feit was.

In 1931 werd begonnen met realisatie van de onder leiding van burgemeester Doorn gemaakte plannen voor een Badhuis en Zweminrichting. Vooral een badhuis werd noodzakelijk geacht; de woningen waren over het algemeen niet voorzien van een behoorlijke wasgelegenheid. Het Badhuis kwam aan de Prins Hendrikstraat en een zwembad bij de watertoren aan de Ringdijk. Het werd geen gemeentelijke instelling, maar een Vereeniging tot Exploitatie van Bad en zweminrichtingen. Wel stelde de gemeente zich garant bij eventuele tekorten.

installatie in 1922


Het steeds uitbreiden van de gemeente was ook merkbaar in het gemeentehuis aan het Veerplein. In de loop der jaren waren, met uitzondering van Hotel Het Witte Paard, alle panden aan de zuidzijde het eigendom van de gemeente geworden. 

In 1930 werd besloten tot de bouw van een nieuw gemeentehuis en de aankoop van een andere burgemeesterswoning, beide aan de Burg. de Bruïnelaan. De panden aan het Veerplein, waarin onder meer ook het politiebureau en het postkantoor gevestigd waren, maakten plaats voor een winkelgalerij met bovenwoningen. 
Vanaf 1 maart 1931 tot 2 april 1934 werd Villa Catharina op de hoek van de Rotterdamseweg en de Burg. de Bruïnelaan gehuurd als tijdelijk raadhuis. Ook het politiebureau alsmede het post- en telegraafkantoor vond daar tijdelijk huisvesting.
Omdat er in de villa geen ruimte was om de raadsvergaderingen te houden, vonden deze plaats in Hotel "Het Witte Paard" aan het Veerplein 57.
Het nieuwe gemeentehuis werd op 24 maart 1933 officieel in gebruik genomen.

Waren in het kader van de werkverschaffing gedurende de crisisjaren het zwembassin en het badhuis aan gelegd met behulp van werklozen, andere projecten waren de aanleg van een algemene begraafplaats aan de Lindelaan (thans Jeroen Boschlaan), het vervangen van rioleringen, het dempen van sloten en het aanleggen van straten. De begraafplaats werd in 1938 in gebruik genomen.
Ook werden in de crisisjaren veel woningen gebouwd, mede in verband met goedkoop materiaal en werkkrachten. Vooral werd gebouwd in de Da Costastraat, Meerdervoort, De Bruïnelaan en de Lindelaan. Aan de andere kant werden ook huizen afgebroken in het belang van een vaste oeververbinding met Dordrecht.
De beide Guanostraten, waarvan de huizen veelal een slechte staat hadden, werden geheel afgebroken of verbrand. In de Da Costastraat werden vijf huizen gesloopt; de oprit naar de verkeersbrug moest over de huizen heen gebouwd worden en om moeilijkheden te voorkomen werden ze afgebroken.
In 1939 werd de brug feestelijk geopend. Door deze brug was er nu een directe verbinding via de Moerdijkbrug met het zuiden. Op 10 mei 1940 echter werd de brug door de Duitsers bezet en tanks alsmede infanterie gingen ongestoord over de nieuwe brug. Desondanks moet de nederlandse regering met een bezetting rekening gehouden hebben: op 28 februari kregen de gemeenteambtenaren instructie tot het in veiligheid brengen van overheidsgelden en archieven.
De bezetting van Zwijndrecht was met enkele uren beslist. Er waren hier militairen gelegerd, maar zij konden niet op tegen de overmacht. Twee sneuvelden, meerderen werden zwaar gewond en dr. J. Ekelmans die als burgerarts hulp wilde verlenen, viel door een duitse handgranaat.
Reeds op 30 december werd de Centrale Keuken opgericht.

In 1941 werd burgemeester Jansen door de Commissaris Generaal herbenoemd als burgemeester, maar om een niet nader bekend zijnde reden de 23e april afgezet en door de Sicherheitsdienst gevangen genomen en op transport gesteld. Als zijn opvolger werd door de Rijkscommissaris benoemd de N.S.B.er  Abraham Aeckerlin.
Op 6 mei 1945 was burgemeester Jansen weer present en inspecteerde hij het zogenaamd Strijdend gedeelte van de Binnenlandse Strijdkrachten. Dit was praktisch het laatste wat hij als hoofd van de gemeente deed: het militair gezag, vertegenwoordigd door lt. Van Ginneken maakte burgerlijk bestuur overbodig. Door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd was voor hem de tijd aangebroken zijn werk vaarwel te zeggen.
Bij zijn vertrek werd hem onder meer, namens de burgerij, een door plaatsgenoot Willy Sluiter geschilderd portret van hem aangeboden. Op zijn beurt bood hij het schilderstuk de gemeente aan. Het portret hangt nog, tezamen met dat van alle burgemeesters van Zwijndrecht, in het gemeentehuis.
Burgemeester Jansen Manenschijn overleed op 23 mei 1956. Tot aan zijn dood woonde hij aan het Veerplein 20.

 

burgemeesters van Zwijndrecht

Stoop, Anthony Azn.
Brouwer, Petrus Marius
de Bruïne, Pieter Johannes Albertus
Doorn, Petrus
H.H. Douma
Jansen Manenschijn, Jan Albert Jacob
Aeckerlin, Abraham
Slobbe, Cornelis
C. Pijl Hogeweg
D. Corporaal