uithangbord van Museum de Vergulde Swaen te ZwijndrechtDe Vergulde Swaen

De Zwijndrechtse Distributiekraak

Ruim een jaar voor de bevrijding was Zwijndrecht het toneel van een overval op het raadhuis. Het doel was een brandkast met een enorme hoeveelheid bonnen, distributiestamkaarten en meer van dit soort artikelen. Het plan was een staaltje van meesterlijke eenvoud

.
Leider van deze overval was Johannes Post. Deze uit Drente afkomstige landbouwer vervulde later een hoofdpositie in de LKP. In tegenstelling tot vele, dikwijls jeugdige KP´ers was de wat oudere Johannes politiekbewust. Hij was anti-revolutionair en oud-wethouder. Doel van zijn verzetswerk: een vrij Nederland met een christelijke regering. Op 16 juli 1944 is hij geëxecuteerd in de Overveense Duinen na een mislukte overval op de gevangenis van Weteringschans (Amsterdam).

De overval in Zwijndrecht was gepland op 21 februari. Uit de keuze voor juist deze datum blijkt het grote verantwoordelijkheidsbesef van de KP-leiders en met hoeveel zorg een overval als deze werd voorbereid: de 21e februari was de verjaardag van de vader van de conciërge van het Zwijndrechtse raadhuis. De conciërge hoefde bij de overval geen enkele rol te spelen, maar zou vanwege zijn functie zeer zeker verantwoordelijk gesteld worden voor hetgeen er zou gebeuren. Hij kreeg van tevoren de raad om tussen 20.00 en 22.00 uur met zijn gezin niet aanwezig te zijn, zodat hij voor en alibi kon zorgen.
De KP´ers moesten omzichtig handelen: het politiebureau was verbonden met het raadhuis. Bovendien waren het Julia-internaat en de Julianaschool bij het raadhuis door de Duitsers bezet. De valse kluissleutel bleek bij het "testen" niet te passen. Tijdens de overval zou een "goede" agent de echte sleutel tijdelijk wisselen met het valse exemplaar. Het plan was in zes stappen ingedeeld:
a. conciërge waarschuwen afwezig te zijn;
b. om 17.00 uur smokkelt Hein tijdens het uitreiken van stamkaarten vijf KP´ers het raadhuis binnen die zich op zolder 27 verbergen;
c. klokslag 20.00 uur overrompelen de indringers de wacht;
d. Johannes Post zal om 20.15 uur de achterdeur van het raadhuis van binnenuit openen en met de agent de sleutels verwisselen;
e. Na het openen van de kluis worden de sleutels nogmaals verwisseld
f. De buit wordt aan de achterzijde van het raadhuis door vier KP´ers in ontvangst genomen.

Klokslag acht - de horloges waren gelijkgeschakeld - begon de operatie zowel van binnenuit als van buiten af. Johannes en zijn jongens verlieten zolder 27 en zakten onhoorbaar de stenen trap en de staatsietrappen af. De agenten in de typistenkamer zagen plotseling de deur opengaan en enkele revolvers op zich gericht. Hun handen gingen netjes omhoog. Nadat ze waren ontwapend - ze bleken in totaal één revolver en één gummistok bij zich te hebben - werden ze vlug onschadelijk gemaakt met een prop in de mond en enkele eindjes touw.
Tegelijkertijd hadden anderen zich naar de kluisafdeling in de kelder begeven. De mannen van de luchtbescherming, die de kluis bewaakten, werden eveneens uitgeschakeld. Vervolgens snelde Johannes naar de achterdeur en nam van de agent uit het politiebureau de echte sleutel in ontvangst. Teruggekomen bij de kluis manipuleerde hij wat met zijn sleutelbos, maar gebruikte natuurlijk de zojuist ontvangen sleutel.
De geopende kluis liet een voorraad spullen zien om van te watertanden. In de tijd dat Johannes de echte sleutel terug bracht, begonnen de jongens in flink tempo de inhoud van de kluis in de meegebrachte zakken te laden. Deze volgepropte zakken werden naar de achterdeur gesleept, waar ze in ontvangst genomen werden door de wachtende collega´s, die de buit achter op de fiets begonnen te laden.
Toen haalde Post nog een aardigheidje uit om de politie op een dwaalspoor te brengen: ten aanhore van de gebonden agenten zei hij tegen de helper: "Het valt hier ontzettend mee. We kunnen het nooit op één wagen laden; er moet nog een wagen komen." Toen alle zakken de kluiskelder uit waren, nam hij van beide gebonden agenten van het persoonsbewijs hun personalia over en zei: "Ik krijg ook het politieblad en mocht het blijken dat je een juist signalement van ons hebt gegeven waardoor wij last zouden kunnen krijgen, dan krijg je de kogel. Wij hebben overal spionnen zitten."
Even dreigde het buiten fout te gaan toen een van de Juliastichting naar de Julianaschool overstekende duitse officier passeerde. Hij vermoedde onraad en riep "Halt, stehen bleiben!". Natuurlijk reden allen wat ze konden. De Duitser trok zin revolver. Dit was het ogenblik voor Jan, de scherpschutter van de ploeg, om zijn makkers in de rug te dekken. Hij liet zich op de grond vallen achter zijn zak met buit en beantwoordde het vuur. Hij rolde de zak langzaam vooruit en kroop er al schietend achteraan. Hij naderde op die manier de Duister zo dicht dat deze op de vlucht sloeg.
Inmiddels had een van de agenten in het raadhuis zich los weten te werken. Op het politiebureau vertrouwde men de oproep echter niet en de bevrijde agent dacht vervolgens dat ook het politiebureau was overvallen. Zodoende duurde het een kwartier voordat er assistentie kwam in de vorm van de gealarmeerde NSB-burgemeester Aeckerlin. Deze beweerde in het later opgemaakte proces-verbaal met één van de agenten buiten een auto gesignaleerd te hebben, die hij met pistoolschoten getracht heeft tot stoppen te dwingen, maar vergeefs. Trachtte hij een verkeerde auto tot stoppen te dwingen, of deed hij met de agenten mee in het samenstellen van een geloofwaardig maar verzonnen verhaal?

De KP´ers kwamen uiteindelijk in Barendrecht aan. Twee zakken met bonnen zijn verloren. Eén ervan is braaf op het politiebureau terugbezorgd, de andere kwam in handen van illegale werkers, die ervoor zorgden dat het verlorene op de juiste plaats terechtkwam. De rest van de buit is gesorteerd. Van de achtmiljoen coupures van verschillende artikelen waren er anderhalfmiljoen ongestempeld, dus in het hele land bruikbaar. Met de overige zeseneenhalfmiljoen bonnen kon de gehele zwijndrechtse illegale wereld tot aan het eind van de oorlog vooruit.
De politie heeft uiteraard van alles gedaan om de daders te pakken te krijgen. Dit is echter nooit gelukt. Ten langen leste werd de zaak onopgelost afgesloten.

Bronnen
Suindrecht, jaargang 3 no. 1, mei 1985
"In 1944 ging de KP in Zwijndrecht er met 8 miljoen bonnen vandoor", artikel Ref. Dagblad 9-5-1990, door M.J.A. Deelen
Johannes Post, door Anne de Vries, 
Gemeentearchief Zwijndrecht