uithangbord van Museum de Vergulde Swaen te ZwijndrechtDe Vergulde Swaen

Zoutbereiding

Het principe van de zoutwinning is sedert oude tijden niet gewijzigd: het ruwe zout, zeezout, voornamelijk uit de Golf van Biscaye (pas veel later ging men mijnzout als grondstof bezigen) wordt in zeewater opgelost en door langzame verdamping in vierkante pannen tot kristallisatie gebracht. Het zeewater werd, al naar gelang de ligging der zoutketen, met schuiten gehaald of direct uit zee of de zouthoudende stromen opgepompt. Zeewater werd vooral gebruikt omdat zeewaterpekel een mooier kristal en een groter volume geraffineerd zout verschafte.

De gehele zoutbereiding was uiterst primitief. Het ruwe zout werd in houten kuipen opgelost en de verkregen pekel naar de pannen gevoerd; voor de verplaatsing van de pekel - ook voor het leegpompen van de waterschuiten - werd gebruik gemaakt van paardenkracht. Wanneer de pannen gevuld waren, werd het vuur hieronder aangemaakt, waarbij men turf als brandstof bezigde, en de pekel aan de kook gebracht. Nadat er voldoende water was verdampt, werd na enige dagen het vuur onder de pannen weggenomen, en koelden de pannen af. Het zout werd daarna in manden geschept en te drogen gezet, waarna het in vaten werd overgebracht en verkocht als "wit zout". Voordat het echter verkocht werd, keurde een zoutmeter het product. De benoeming van een zoutmeter geschiedde door de eigenaar van de zoutkeet, waarna de benoemde officieel werd beëdigd.