uithangbord van Museum de Vergulde Swaen te ZwijndrechtDe Vergulde Swaen

Veiling

Bij het Westland vergeleken was het hier voor de tuinder een moeilijke opgave zijn producten aan de consument te brengen. Dordrecht was wel een goede afnemer, maar het vervoer van de groenten naar Dordt moest gebeuren met roeiboten. De groenten werden dan op de Groenmarkt uitgestald en de tuindersvrouwen zaten hierbij te wachten op kopers. Was echter de aanvoer groter dan de vraag, dan moest heel vaak ver beneden de kostprijs verkocht worden. Dit had tot gevolg, dat de tuinder een ander afzetgebied zocht en in Rotterdam vond. Het op Rotterdam varen bracht voor de tuinder misschien wat meer geld op, maar... hij was dan ook dag en nacht in de weer! Met twee man aan de riemen, de boot zoveel mogelijk beladen, dat zij nauwelijks konden zitten (vaak ging de vrouw ook mee) roeiden zij zo uren achtereen. Hij, die het eerst aankwam maakte als regel de beste prijzen. Zo wilde de een nog vroeger weg dan de ander. Ook werd wel op Rotterdam gereden met paard en wagen.

 Al met al een hard bestaan. Dit alles was voor burgemeester de Bruïne aanleiding zich in verbinding te stellen met de Heer Claassen, rijkstuinbouwleraar te Boskoop. In de zomer van 1902 belegde de burgemeester een tuindersvergadering waarbij ook de Heer Claassen als spreker aanwezig was. Men besloot een tuindersvereniging op te richten: "Zwijndrechtsch Belang". Op 17 januari 1903 werd besloten tot oprichting van een veiling. Deze veiling werd gehouden op het Zomerlust. Er was echter geen eendracht onder de tuinders. Op 29 februari 1904 werd een tweede vereniging opgericht onder de naam "De Volharding". Deze vereniging kreeg het Veerplein toegewezen van de gemeente om te veilen. De verdeeldheid zowel onder kopers als tuinders was groot. Dit kon zo niet blijven. Burgemeester de Bruïne wenste weer een vergadering van beide verenigingen. Het doel hiervan was te trachten de beide verenigingen te doen samensmelten. Op 22 november 1906 werd in beginsel opgericht "Het Zwijndrecht Veiling Comité". Maar de verenigingen bleven toch naast elkander veilen en hielden hun zelfstandige vergaderingen. Op 2 april 1908 werd definitief besloten tot ontbinding van beide verenigingen.
De nieuwe vereniging kreeg de naam "De Eendracht". In hetzelfde jaar werd ook de Boerenleenbank opgericht onder voorzitterschap van de heer van Epenhuijsen. Er ontstond een nauwe band tussen bank en tuinders. Voor de kleine tuinders stond nu de mogelijkheid open geld te lenen van hun eigen bank. Een jaar later kwam de Proeftuin voor Zwijndrecht en Omstreken tot stand, mede dankzij de inspanningen van burgemeester de Bruïne in Den Haag. Deze proeftuin verrichtte veel en nuttig werk voor de tuinbouw in deze streek, doch werd vanwege bezuinigingen in 1935 opgeheven.


In 1913 werd een ruimer veilinggebouw - nu geplaatst op de Schuitenwal- èn een elektrisch afmijntoestel in gebruik genomen. Hiermee werd een bron van ruzies weggenomen doordat voortaan slechts één koper als eerste kon afmijnen. In hetzelfde jaar werd besloten om ook exportveilingen te gaan houden. Hiertoe werd op het voormalige stationsplein een terrein van het Waterschap gehuurd, waarop een directiekeet en een tweede afmijntoestel werd geplaatst.
In 1913 dook een concurrent op: de N.V. Maatschappij tot exploitatie van vrije veilingen op het eiland IJsselmonde. Als reactie bepaalde de gemeenteraad in 1915 dat verkopingen van groenten en fruit in de gemeente alleen toegestaan was ten overstaan van personen die waren aangewezen door de gemeente. 
In 1917 stelde burgemeester Doorn voor een coöperatieve veilingvereniging op te richten en het bestaande veilingbedrijf te liquideren. Zodoende zouden alle tuinders(-leden) zeggenschap in hun eigen veiling krijgen. Dit leidde in februari 1918 tot stichting van een nieuwe vereniging onder de naam "Groenten- en Fruitveiling Zwijndrecht en Omstreken". Met het einde van de oorlog in 1918 werd de in 1916 stilgelegde exporthandel hervat. Nadat de nieuwe vereniging de rechten van de N.V. IJsselmonde had gekocht, verwierf ze uiteindelijk het alleenrecht voor het veilen van alle tuinbouwproducten in Zwijndrecht.

In 1920 werd een stenen gebouw op het Zomerlust geopend, zodat de groenten en fruit niet langer in de open lucht geveild hoefden te worden. Na vijf jaar werd de locatie te klein. Soms stonden de tuinders op hun beurt te wachten in de Nieuwstraat, op de Ringdijk en tot op de Langewegstoep. Bovendien vond de verzending van de exportproducten steeds meer per trein plaats. Ook was de gemeente van oordeel dat de vereniging voortaan zelf de terreinen en gebouwen in exploitatie moest nemen. Dit leidde tot de aanzegging dat het Zomerlust uiterlijk op 1 april 1926 ontruimd moest zijn.

Een nieuw terrein van circa 2,5 ha. werd gevonden aan de Burg. de Bruïnelaan bij de spoorlijn. De hele nieuwe veiling, inclusief veilinggebouw, kantoren, fust- en pakloodsen kostte bijna Hfl. 150.000,-. 
De aanvoer van goederen vond voornamelijk nog met paard-en-wagen plaats, maar ook de hondenkar werd nog gebruikt, terwijl slechts een enkele tuinder over een vrachtauto beschikte.
De aanleg van de nieuwe verkeersbrug tussen Dordrecht en Zwijndrecht is van groot belang.
Tijdens de bezettingsjaren werd het fust schaarser. Kopers brachten de kisten niet terug, tuinders gingen de kisten hamsteren en aankoop van nieuwe kisten was vrijwel niet mogelijk. Een statiegeldregeling bracht enige (tijdelijk) verlichting. Ook verliep het transport steeds moeilijker doordat paarden en auto´s werden gevorderd. 
In 1944 verliep zowel de aanvoer als verwerking van producten op de veiling steeds trager: er was geen fust meer en de verzending werd onmogelijk omdat er geen trein of auto reed. De honger begon toe te slaan en steeds meer hongerige stedelingen trokken naar het platteland om enig voedsel te bemachtighen. De tuinders namen nu zelf de verkoop van hun producten - aan de eigen bevolking - ter hand.
Pas in het voorjaar van 1946 draaide de veilingklok weer. Daarmee bepaalden vraag en aanbod de prijzen weer, met als gevolg dat op dat moment de glassla, welke in grote hoeveelheden werd aangevoerd, merendeels doordraaide. Export naar Duitland voorkwam het doordraaien van de groente.
Na de oorlog eiste de woningbouw in Zwijndrecht steeds meer tuingrond op. Het gebied tussen de spoorlijn en de Rotterdamseweg werd tot aan de Bootjessteeg volgebouwd. In Meerdervoort/Kort Ambacht kwam een forse uitbreiding van het woningareaal. Daarna werd Walburg onteigend en geleidelijk aan volgebouwd. Aan de westelijke zijde volgde Nederhoven en tenslotte Heer Oudelands Ambacht. Steeds meer tuinders verplaatsten hun bedrijf naar elders of stopten er mee.
Ook kwamen steeds meer tuinders van buiten (Dordrecht en Brabant) naar de zwijndrechtse veiling.
In 1958 werd nogmaals een nieuw en moderner veilinggebouw geopend. In 1975 uiteindelijk, nadat zes veilingverenigingen, waaronder de zwijndrechtse, opgingen in de Coöperatieve Veilingvereniging Z(uid)-H(olland)-Z(uid), verhuisde de zwijndrechtse veiling naar Barendrecht. Daarmee werd een periode afgesloten.

Bronnen: Swindregt Were jrg. 15 nr. 2: A. Slobbe, Het veilingwezen te Zwijndrecht
Gemeentearchief Zwijndrecht