uithangbord van Museum de Vergulde Swaen te ZwijndrechtDe Vergulde Swaen

Geschiedenis van Zwijndrecht - algemeen

Hoewel Zwijndrecht in de geschiedenisboeken nauwelijks voorkomt, kent deze plaats toch een hoge ouderdom en heeft het respectabele en invloedrijke figuren op haar grondgebied gehad. Deze pagina´s geven een beeld daarvan. Hoewel de ontwikkeling van Zwijndrecht sterk verbonden is met de opkomst en ontwikkeling van de stad Dordrecht, heeft ze in de loop der eeuwen een eigen karakter ontplooid. In eerste instantie als plaats waar men, komende vanuit Rotterdam, doorheen moest om via Dordt het zuiden te bereiken. Later, na mogelijk een verschrikkelijke vloed in de 9e eeuw, werden Dordt en Zwijndrecht van elkaar gescheiden en moest men via het Zwijndrechtse veer over de Maas naar Dordrecht. Na de St. Elisabethsvloed, toen Dordrecht haar achterland verloor, groeide het tuindersbestaan in de Zwijndrechtsche Waard, waarvan Dordt afhankelijk werd. 
De bedijking van de Zwijndrechtsche Waard leverde veel vruchtbaar en veilig land op, waar diverse Heerlijkheden en ambachtsheerlijke hofsteden verrezen.
Klik hier voor de bedijking van de Zwijndrechtse Waard.


In de negentiende eeuw groeide Zwijndrecht door diverse toevoegingen van omliggende dorpen en gehuchten. Een grote economische ontwikkeling werd door burgemeester de Bruïne (1877 - 1917) in gang gezet, die de mogelijkheden van de ligging aan de Maas inzag en mede dank zij zijn kapitaal investeerde in de ontwikkeling van de gronden langs de rivier en het aantrekken van bedrijven. Dat hij er zelf financieel ook beter van werd is hem niet euvel te duiden.
Daarnaast voorzag de Zwijndrechtse bevolking zich in het levensonderhoud door wat de grond opbracht. Gingen aanvankelijk nog dagelijks vele bootjes met groenten richting Rotterdam en omstreken, vanaf het begin van de twintigste eeuw kwam in Zwijndrecht en groenteveiling. Eerst aan de rivier, later aan de vanaf ongeveer 1920 ontwikkelde Burgemeester de Bruïnelaan.



Oorspronkelijk kende Zwijndrecht twee hoofdwegen: de Langeweg of Rotterdamseweg, en de Ringdijk.
De Rotterdamseweg is waarschijnlijk niet de Romeinse heirbaan waarvoor zij lang is gehouden. Deze was er mogelijk wel, ooit, als een belangrijke noord-zuidverbinding, maar is waarschijnlijk gedurende de vloeden tussen de 9e en de 15e eeuw behoorlijk beschadigd. 
In 1336 was de herdijking van de Zwijndrechtse Waard definitief tot stand gekomen. Toen het land begaanbaar was geworden, heeft men om te beginnen vanaf de achterkade aan de Waal een rechte lijn getrokken dwars door de Waard. Na een tweetal kilometers die bestaan uit rechte stukken tussen gemeten punten (gelijke afstanden tussen Waal en Devel), was men, vlak voor de "Tol", het spoor bijster. Er werd besloten vanaf dit punt te raaien (het uitzetten van een lijn gericht op een bepaald punt) op Dordrecht. Men koos daarvoor de Tolbrugtoren aan de Oude Haven.
De langs deze lijn aangelegde Langeweg deelde de Waard in twee delen. Zij vormde de grens tussen de noordoostelijke en zuidwestelijke ambachten en fungeerde tevens als waterscheiding tussen de Waal- en Develpolders. Uitgaande van de Langeweg zijn eerst de "hoofd"landen van de ambachten uitgezet. Daartoe is precies op het midden van de Langeweg, tussen de Waal en ´t Feer, een baak geplaatst. De naam "Baak" is nog steeds in zwang voor de omgeving van dit punt en is verder ook overgeleverd in de naam van het gegrachte huis "Bake(n)stein".

De ontwikkeling van de Burgemeester de Bruïnelaan kwam verder tot stand dankzij burgemeester Doorn (1917-1928), die dit project van zijn voorganger de Bruïne voltooide. Hij had een scherp oog voor de belangen van Zwijndrecht als woongemeente. Aan het begin van zijn burgemeesterschap liet hij de laan aanleggen als verbindingsroute tussen de Rotterdamseweg en het station, dat toen aan het begin van de Ringdijk lag. Langs de laan werden voorname woonhuizen en instellingen gebouwd, die aanvankelijk als een vreemde diagonale bebouwingsrij in het tuinderslandschap lagen. De aanleg van de Burgemeester de Bruïnelaan was een gemeentelijke prestigeproject. Het was een welbewuste poging om, naast de vele fabriek- en tuinarbeiders, ook rijkere bewoners aan Zwijndrecht te binden.
De aanleg van de Burgemeester de Bruïnelaan maakte geen onderdeel uit van een groter plan van uitbreiding. Dat was inmiddels wel nodig: de groei van het dorp tot "stedelijk district" maakte dat haar uitbreiding niet langer langs de bestaande wegen kon plaatsvinden. Meer vaststaande lijnen voor de bebouwing waren noodzakelijk. De Woningwet gaf gemeenten de mogelijkheid gronden te onteigenen en zo te komen tot een meer compacte bebouwing.

Geschreven geschiedenis
Wapen en vlag