uithangbord van Museum de Vergulde Swaen te ZwijndrechtDe Vergulde Swaen

De bedijking van de Zwijndrechtse waard

De bedijking van de Zwijndrechtse waard werd in 1331 in gang gezet door Graaf Willem de Goede van Holland-Henegouwen en Hendrik van Brederode. Zij bepaalden dat iedereen die meer dan 1/16 aandeel van de kosten van de nieuwe waard voor zijn rekening zou nemen, deze de titel Ambachtsheer van een gedeelte van de waard zou krijgen. Hierop besloot een achttal personen de bedijking te financieren. Zij kregen daarop allen 1/8 deel van de waard in leen. Deze 8 personen waren: Heer Schobbelant van Zevenbergen, die het gebied rond het huidige Zwijndrecht verkreeg; N. van de Lindt, naar wie de Groote en Kleine Lindt zijn genoemd; Heer Oudeland, naar wie Heeroudelands Ambacht is genoemd; Jan van Roozendaal, die Heerjansdam verkreeg; Daniel en Arnold van Kijfhoek; Claes van Meerdervoort; Adriaan van Sandelingen, die Sandelingen Ambacht verkreeg en tenslotte Zeger van Kijfhoek, wiens zoon Hendrik Ido ambachtsheer werd. 

zie ook Bijz. perioden, De St. Elisabethsvloed